De putter of
distelvink komt oorspronkelijk voor langs de zonnige randen van vochtige
loofbossen. Nog niet zo lang geleden zijn putters begonnen zich aan te passen
aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken. De
belangrijkste voorwaarde voor de aanwezigheid van putters is een rijke
vegetatie met veel composieten (distels, paardenbloemen). Deze planten
produceren de zaden waarvan de putter vrijwel geheel afhankelijk is. Alleen de
jongen krijgen tijdens hun groei ook veel insecten. Deze bevatten de voor de
groei zo belangrijke eiwitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten